woensdag, december 24, 2008

vast

korte ontmoeting met een crimineel

PH
honderd jaar eenzaamheid
gevat in een mens
ver weg
rauw

een cel
1600 man
10 jaar
overleven

de micro verstomt
mij grijpt hij
met zijn blik
laat me los

we groeten
staan op
ballen vuisten
kracht gewenst

jaren verder
grijnzen
gedachten
hoopje

jaren verder
grijnzen gedachten
hoop je

etc

dodenmars

we wachten onze tijd af in het dorp naast de gevangenis. een lijk wordt de kerk uitgedragen. in de kerktoren klepperen ooievaars.

droef
in Dueñas klinkt de dodenmars
triest
door de mist

traag stapvoets schrijdend
zet een trompet in
voor een laatste solo

de langste nacht

eind december, Castillia y Leon, centraal Spanje. het is hoog koud leeg en mooi. ik kan de slaap niet vatten.

nacht
ver weg blaft een hond
verder klinkt stilte oorsuizend
sterrenkou helder hoog ijselijk licht
de melkweg als een doorhaal aan de hemel
en zwijgend
trekt de nacht voorbij

vogels in de aangerijpte ochtend
verwelkomen een nieuwe dag
wijds uitzicht staat stil
de hoogvlakte draait 180 graden
niks klinkt nog nergens

dan een eerste schampschot zonlicht:
ik val in slaap, uitgeput

donderdag, december 11, 2008

vrachtwagenchauffeur

nu weet ik het zeker: werken is aan mij niet besteed

eindeloos
af en aan rijden ze
zwoegers in de weer
de decemberstorm in

pallets volgeladen
adressen ingelezen
verlaten zij t magazijn

glazig rijdt t voort
zoekend naar straten
vervloekt zijn stadse engtes

breeduit draven zij
bruggen op, afrit af
op weg naar de klant

die schimpt dan luid:
‘te laat, te vroeg, te optijd’

hij schimpt

schema's knellen
winkels sluiten
vrachten wachten zwijgend

de planning belt
hardvochtig eisend
schreeuwend in de voicemail

mannen als mieren
vol pijn in gewrichten

keren onklaar huiswaarts

niemand is vrolijk
op deze dag zonder einde
na een week zonder begin

zaterdag, december 06, 2008

3 december

verjaarblues, tijd voor reflectie...

meer dan dier
overvaren gedachten
van mijn auto naar het eiland
meet ik mij met vrienden

daar drijvend op het veen
feesten companen van toen
beperkt door het heden, meeslepend

bespreken zij hun bestaan, zijn samen
enkelen verdwenen, zijn vergeten
gedachten geworden wezens

na de maaltijd met wijn
lopen de gesprekken ten eind
eist morgenplicht een terugreis

gedachten overvaren
van het eiland naar de auto's
meten mijn vrienden mij:

in kalende chaos degenererend
loopt hij zich te rijbewijzen
terugetrokken holenmens

zien zij nauwelijks zijn zoeken
naar de eenvoud van het bestaan
weinig meer dan dier